Dierenwelzijn


varkensstalOnze vleesvarkens zitten in een zogenaamde driesterren huisvesting. De zeugen en biggen in een tweesterren huisvesting. Daarbij is het zo dat onze kraamzeugen niet vast zitten als ze werpen. Waar komt deze sterrencodering eigenlijk vandaan? En wat houdt het Beter Leven Keurmerk eigenlijk precies in? We leggen het hieronder even uit…

Het Beter Leven-keurmerk werd in 2007 geïntroduceerd door de Dierenbescherming in de hoop een doorbraak te realiseren voor diervriendelijkheid bij supermarkten. Het systeem kent drie kwaliteiten, aangegeven in sterren. Hoe meer sterren, hoe beter het leven van het dier was – waar drie sterren staat voor volledig biologisch.

De voordelen van één ster zijn voor het dier al groot. Zo leeft de vleeskip twee weken langer en heeft het een overdekte uitloop. Het varken krijgt 30 procent meer ruimte, beter afleidingsmateriaal, en wordt niet gecastreerd.

Het systeem is de afgelopen jaren vooral vanwege het sterrensysteem een succes geworden. De een, twee of drie sterren creëren volgens kenners een werkbaar middensegment dat als opstapje kan dienen voor nog beter. Drie sterren is het hoogst haalbare kwaliteitsniveau. De kwaliteitseisen zoals de Dierenbescherming die heeft gesteld aan het welzijn van de dieren zijn in afspraken met de producent vastgelegd en ze worden gecontroleerd door een onafhankelijke instantie.

Wat betekent dat voor de varkens?

Huisvesting: Na jarenlange strijd tegen het individueel opsluiten van zeugen in krappe ligboxen is dit sinds 1 januari 2013 in de hele Europese Unie verboden en is groepshuisvesting van zeugen verplicht. Alleen 4 dagen rond het dekken en in de kraamstal mogen de zeugen nog individueel worden opgesloten. Er zijn diverse vormen van groepshuisvesting. Het liefst ziet de Dierenbescherming dat zeugen gehouden worden in grote groepen op stro, maar dat gebeurt helaas maar weinig. Veel varkensfokkers houden hun zeugen in kleine groepen, met een voerstation waar elke zeug middels een chip haar eigen portie voer kan ophalen, of met lange troggen waaraan de zeugen tegelijk kunnen eten. De meeste varkensfokkers houden hun zeugen in voerligboxen met uitloop. Dat zijn de oude boxen waar zeugen vroeger in werden opgesloten, maar dan open zodat de zeugen er uit kunnen. Meestal is de ruimte tussen de boxen echter zo krap, dat de zeugen toch in de box gaan liggen. De Dierenbescherming wil daarom van dit systeem af. Vandaar dat dit systeem onder het Beter Leven keurmerk niet meer is toegestaan bij ver- en nieuwbouw en vanaf 2021 helemaal is verboden.

Meer ruimte: Eén van de grootste problemen voor varkens in de gangbare varkenshouderij is ruimtegebrek. Van nature deelt het varken zijn hok naar eigen behoefte in voor verschillende doeleinden, zoals aparte gebieden om te rusten, wroeten, vreten en mesten (het varken is van zichzelf zindelijk). Een stal met weinig bewegingsruimte maakt dit voor een varken niet mogelijk. Onder het Beter Leven keurmerk krijgen varkens daarom meer ruimte. En bij nieuw- en verbouw moeten de varkens in grotere groepen worden gehouden (van 8 tot 12 varkens naar 20 of meer varkens). Een grotere leefgroep betekent meer bewegingsruimte en een groter hok dat makkelijker te verdelen is in verschillende gebieden. Daarnaast is duurder en bewerkelijker afleidingsmateriaal, zoals een bak met stro, makkelijker te realiseren voor de boer.

Uitloop naar buiten: Varkens die leven in een stal met het Beter Leven keurmerk met 2 en 3 sterren hebben een uitloop naar buiten. Daarnaast hebben drachtige zeugen met het Beter Leven keurmerk met 3 sterren ook toegang tot een weide.

Bijtgedrag en staart couperen: Varkens zijn nieuwsgierige en speelse dieren. Met hun snuit gaan ze op zoek naar voedsel. Maar ze vinden het leuk om dingen te onderzoeken, te wroeten (d.w.z. snuffelend graven), bijten en kauwen, het kapot te maken, of het op te eten. In een hok met te weinig afleidingsmateriaal kunnen de varkens uit verveling aan elkaars flanken, poten, oren en staart wroeten en bijten. Omdat ze elkaar soms tot bloedens toe in de staart bijten, wordt uit voorzorg een groot deel van de staart gecoupeerd. Dat is in de gangbare varkenshouderij nodig om ernstige verwondingen en ontstekingen te voorkomen. Dit is echter symptoombestrijding. Een betere manier is dit gedrag proberen te voorkomen. Onder het Beter Leven keurmerk wordt daarom extra afleidingsmateriaal aangeboden. Daarnaast helpt goede voeding en een goed klimaat staartbijten voorkomen. Bij Beter Leven keurmerk met 1 ster wordt de staart nog wel gecoupeerd, maar wordt de staart langer gelaten als in de gangbare varkenshouderij. Bij het Beter Leven keurmerk met 2 en 3 sterren is het couperen van de staart verboden.

Afleidingsmateriaal: Als afleidingsmateriaal is bodemmateriaal zoals stro, hooi en compost uitermate geschikt. Bij het Beter Leven keurmerk met 2 en 3 sterren is dit dan ook verplicht. Aangezien dit extra kosten en werk geeft voor de varkenshouder zijn bij het Beter Leven keurmerk 1 ster andere middelen toegestaan voor groepen kleiner dan 40 varkens. Deze varkens krijgen bijvoorbeeld kokers waar ze met de nodige moeite enkele strootjes uit kunnen trekken, een blok hout en/of een stevig stuk touw. Op gangbare bedrijven krijgen de varkens dikwijls alleen een ketting waarin ze kunnen bijten.

Castreren: Het vlees van mannetjesvarkens (beren) kan bij verhitting een zeer onaangename geur van mest en urine geven, de zogenaamde berengeur. Om dit te voorkomen worden beertjes in de eerste levensweek door de varkenshouder gecastreerd. In Nederland is varkenscastratie alleen nog maar toegestaan onder verdoving. Bij varkens met Beter Leven keurmerk met 1 ster is castreren verboden. Bij varkens met 2 en 3 sterren lukt dit nog niet goed en wordt nog nader onderzoek gedaan om ook hier op verantwoorde wijze met castratie te kunnen stoppen.

Gezondheid: Een vaste varkensdierenarts stelt samen met de varkenshouder een gezondheidsplan op, waarin de doelstellingen voor beheersing en reductie van ziekten worden vastgelegd. De dierenarts komt minstens eens per maand op het bedrijf voor een algemene controle. Een keer per jaar wordt het hele gezondheidsbeleid geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

Transport: Onder het Beter Leven keurmerk is het transport korter en beter. Transport is één van de meest stressvolle gebeurtenissen voor een varken. Het is dan ook zaak dat transport zoveel mogelijk wordt beperkt en als het gebeurt, wordt uitgevoerd met goed materieel en door speciaal geschoold personeel. De transportduur naar de boerderij mag niet langer zijn dan 6 uur. Bij het Beter Leven keurmerk met 2 en 3 sterren geldt een maximum van 4 uur. Richting het slachthuis is de transportduur maximaal 8 uur. Bij het Beter Leven keurmerk met 2 en 3 sterren geldt een maximum van 6 uur. Gangbare bedrijven hebben geen tijdslimiet voor transport. Naast de duur van het transport is ook de manier van transport van grote invloed op het welzijn van de varkens. Bij het Beter Leven keurmerk mag het laden en lossen vanaf 2020 alleen nog maar op één niveau gebeuren. Dat wil zeggen dat schuine laadkleppen niet meer gebruikt mogen worden en laadliften of beweegbare vloeren gebruikt moeten worden om de varkens makkelijk in te laden. Daarnaast mag het transport vanaf 2020 uitsluitend plaatsvinden in gesloten klimaatgestuurde veewagens. Deze voorkomen grote temperatuurverschillen waardoor stress, en zaken als luchtwegaandoeningen en diarree zoveel mogelijk worden voorkomen.

beter-leven-tabel